Drumstel stemmen voor beginners: van gerommel naar toon
Van alle vaardigheden die ik leerlingen bijbreng, wordt er geen zo onderschat als stemmen. Iedereen wil sneller spelen, bijna niemand wil vellen spannen. Zonde, want een bescheiden drumstel dat goed gestemd is, klinkt beter dan een duur stel dat rammelt. En anders dan bij een gitaar bestaat er bij drums geen fout of goed, alleen een klank die je wel of niet bevalt.
Wat stemmen bij drums betekent
Een trommel heeft geen vaste toonhoogte zoals een pianosnaar. Stemmen betekent hier drie dingen: het vel op elke spanschroef gelijk op spanning brengen, de verhouding tussen slagvel en resonantievel kiezen, en het geheel op een hoogte zetten die bij de trommel en bij jouw smaak past. Meer is het niet, en dat is al genoeg werk.
Het gereedschap is één stemsleutel. Stemapparaatjes en meetdoppen bestaan en kunnen helpen, maar je oren zijn gratis en altijd bij je, en ze worden er elke keer beter van.
Het stappenplan
Begin bij de snare of een tom, niet bij alles tegelijk. Draai alle spanschroeven los tot het vel vrij ligt. Draai ze daarna met de vingers aan tot ze het vel net raken, allemaal even ver. Vanaf daar werk je met de sleutel in kleine stappen, steeds een halve slag, en niet rondje na rondje langs de rand maar kruislings: na elke schroef spring je naar de overkant, zoals je een autowiel vastzet. Zo blijft het vel vlak.
Dan komt het luisterwerk. Tik met een stok zo’n drie centimeter van elke schroef en vergelijk de toonhoogte. Klinkt één plek lager dan de rest, dan die schroef een fractie bij. Het doel is dat het vel bij elke schroef dezelfde toon geeft; dan pas is de trommel in balans en verdwijnt dat zure, zwevende bijgeluid dat beginners zo vaak dwarszit.
Het onderste vel, het resonantievel, bepaalt de lengte en de richting van de toon. Gelijk gestemd aan het slagvel klinkt de trommel open en zangerig. Iets hoger gestemd wordt de toon korter en duikt hij mooi naar beneden, de klank die je van popopnames kent. Experimenteer daar gerust; niets is definitief, alles is terug te draaien.
De snare en de bassdrum
De snare mag strakker dan je denkt. Een slap gestemde snare klinkt naar karton; draai het slagvel aan tot de trommel helder terugpraat en je roffels gaan vanzelf lopen. De snaarmat aan de onderkant stel je af tot hij net reageert zonder eindeloos na te zoemen: te los is gerammel, te strak wurgt de klank.
De bassdrum is de makkelijkste van het stel: beide vellen net boven kreukelslap, een kussen of deken licht tegen het slagvel, en je hebt de droge dreun die bijna iedereen zoekt. Meer toon wil je horen? Deken eruit en iets hoger stemmen, en de trommel gaat zingen.
Boventonen: temmen, niet doden
Elke trommel heeft boventonen, dat lichte zingen na de slag. Beginners willen het vaak helemaal wegplakken met tape en gelkussentjes, en houden dan een dode doos over. Doe het omgekeerde: stem eerst zo gelijkmatig mogelijk, en pas als er dan nog een storende zweving overblijft, dempt een klein gelkussentje of een smal stukje tape aan de rand precies genoeg. Demping is het laatste redmiddel, niet de eerste stap.
Reken voor het eerste complete stemrondje gerust een uur, en beloof jezelf dat het de moeite waard is: de tweede keer gaat het in de helft van de tijd, en na een paar maanden hoor je binnen twee tikken welke schroef aandacht vraagt. Nieuwe vellen maken het werk trouwens dubbel dankbaar; versleten vellen stemmen is dweilen met de kraan open. Wanneer je ze vervangt en hoe je de rest van het stel in vorm houdt, lees je in drumstel onderhouden. En waarom juist de snare het stemwerk het hardst terugbetaalt, staat in je eerste losse snaredrum.
Op de zolder getest
Hier speelt het verhaal hierboven zich in de praktijk af. Tik op een instrument voor de volledige test met cijfers en plus- en minpunten.
Ook de moeite waard
Drumstel onderhouden: klein werk dat jaren scheelt3 min leestijdWat kost een goed drumstel? Drie prijsklassen eerlijk bekeken3 min leestijdDrumstel kopen: akoestisch of elektronisch?3 min leestijd